Niveauopbouw

Met de referentieniveaus rekenen zijn van elkaar te onderscheiden kwaliteiten beschreven. De fundamentele kwaliteiten richten zich op basale kennis en inzichten en zijn gericht op een meer toepassingsgerichte benadering van rekenen. De streefkwaliteiten bereiden voor op de meer abstracte wiskunde. Voor zowel de fundamentele- als streefkwaliteit zijn drie niveaus beschreven. Bij rekenen is er, in tegenstelling tot taal, geen invulling gegeven aan het vierde niveau omdat het dan om wiskunde gaat.

Domeinen

Binnen het gebied van rekenen  zijn er vier domeinen, die samen de relevante inhouden dekken:

  1. Getallen
  2. Verhoudingen
  3. Meten en Meetkunde
  4. Verbanden

Elk domein is bij rekenen opgebouwd uit de onderdelen:

  • notatie, taal en betekenis, waarbij het gaat om de uitspraak, schrijfwijze en betekenis van getallen, symbolen en relaties en om het gebruik van wiskundetaal;
  • met elkaar in verband brengen, waarbij het gaat om het verband tussen begrippen, notaties, getallen en dagelijks spraakgebruik;
  • gebruiken, waarbij het gaat om rekenvaardigheden in te zetten bij het oplossen van problemen.

Elk van deze onderdelen is opgebouwd uit drie typen kennis en vaardigheden. Die zijn als volgt te karakteriseren:

  • paraat hebben: kennis van feiten en begrippen, reproduceren, routines, technieken;
  • functioneel gebruiken: kennis van een goede probleemaanpak, het toepassen, het gebruiken binnen en buiten het schoolvak;
  • weten waarom: begrijpen en verklaren van concepten en methoden, formaliseren, abstraheren en generaliseren, blijk geven van overzicht.

Wat betekenen de referentieniveaus voor leerlingen?

Om alle media op deze pagina weer te geven is de Flash Player plug-in vereist en dient JavaScript ingeschakeld te zijn.