1F, de globale beschrijving voor taal

De leerling:

  • kan eenvoudige gesprekken voeren, informatie en meningen en opvattingen interpreteren voor zover deze dicht bij de leerling staan;
  • kan eenvoudige teksten over herkenbare onderwerpen zodanig vloeiend lezen dat woordherkenning en tekstbegrip de leerling niet in de weg staan;
  • kan jeugdliteratuur, waarvan de structuur eenvoudig is, belevend lezen;
  • kan korte, eenvoudige teksten schrijven over alledaagse onderwerpen in de vorm van een briefje, kaart of e-mail. Kan de meest voorkomende leestekens gebruiken;
  • kent woordsoorten en beheerst werkwoordspelling en regels voor spelling.

 

[Inleiding] 
Fundamentele niveaus:   [1F]   [2F]   [3F]   [4F]
Streefniveaus:   [1S]   [2S]   [3S]