2F (= 1S), de globale beschrijving voor taal

De leerling:

  • beschikt over voldoende woorden om zich te kunnen uiten, kan redelijk en vloeiend een probleem verhelderen en kan informatie vragen, verzamelen, verwerken en geven;
  • kan instructieve teksten en betogende teksten lezen en eenvoudige adolescentenliteratuur;
  • kan de hoofdgedachte van een tekst weergeven en legt relaties tussen tekstdelen en kan die evalueren en beoordelen;
  • kan samenhangende teksten schrijven met een eenvoudige, lineaire opbouw, over uiteenlopende en vertrouwde onderwerpen. De tekst bevat een volgorde met inleiding, kern en slot;
  • beheerst nog niet alle spellingsproblemen, heeft kennis van de lijdende, bedrijvende en vragende vorm, en beheerst moeilijke gevallen van de persoonsvorm.

 

[Inleiding] 
Fundamentele niveaus:   [1F]   [2F]   [3F]   [4F]
Streefniveaus:   [1S]   [2S]   [3S]