Producten - Stappenplan kassa-onderhoud - Z

Inleiding

In dit project leer je hoe je de kassa moet onderhouden. Je leert hoe je je werk aan de kassa moet voorbereiden, hoe je de kassa moet schoonhouden, welke werkhouding je het beste kunt aannemen bij het werk achter de kassa, welke soorten kassa's er zijn, welke verschillende functies de kassa's kunnen hebben en de verschillende soorten bonnen en toetsen van een kassa.
Je hebt met deze punten misschien al kennisgemaakt in de praktijk. En anders zul je er snel mee te maken krijgen. Maar je moet ook goed weten hoe het werkt.
De opgaven in het stappenplan vormen een handvat voor de theorie. De stappen leiden je logisch langs de paragrafen. Als je klaar bent, heb je je studietaak volbracht.

Stap 1: Je werk aan de kassa voorbereiden

Je gaat je nu eerst oriƫnteren op dit onderwerp. Lees hiervoor de theorie van Hulpmiddelen afrekenpunt en Afrekensysteem gebruiksklaar. Maak alle vragen en opgaven van de theorie. Lees eerst de volgende casus en vul dan de opgaven in.
Pim en Kasper zijn een tweeling. Ze werken allebei in een winkel maar niet in dezelfde. Pim werkt bij FineDesign, een winkel waar ze vooral designspullen verkopen zoals een lollig vormgegeven klok of leuk bedrukte servetten. Kasper werkt bij een supermarkt. We lopen een dagje mee met Pim. Het is december, de feestmaand van het jaar. Als Pim met zijn werk begint, treft hij eerst een aantal voorbereidingen. Hij controleert of er genoeg tassen zijn en of de schaar er ligt. Ook controleert hij de kassa. Hij meldt zich aan met een soort pinpas.
Dat weet de winkeleigenaar dat Pim achter de kassa heeft gezeten. Ook controleert Pim of de kassa niet kapot is en of de pinautomaat werkt. De pinautomaat geeft 'buiten gebruik' aan. Pim schrijft op een kaartje dat de pinautomaat defect is. Zo, de dag kan beginnen.

  1. Pim checkt of er voldoende tassen zijn en of de schaar er ligt. Welke hulpmiddelen heeft Pim nog meer nodig? Noem vijf voorbeelden van hulpmiddelen die hij vergeten is te controleren.
  2. Kasper werkt in een supermarkt. Welke hulpmiddelen heeft Kasper niet nodig en Pim wel?
  3. Op 22 december neemt Pim andere voorbereidingen dan op bijvoorbeeld 4 januari. Noem een verschil en geef de reden daarvoor.
  4. Pim heeft te weinig pakpapier en hij moet van de kassa naar het magazijn lopen om nieuwe rollen te halen. De hele rij laat hij daarmee wachten. Waarom zal zijn baas hem daarop aanspreken? Motiveer je antwoord.
  5. Pim maakt het afrekensysteem, de kassa dus, gebruiksklaar. Je kunt lezen dat hij drie zaken controleert. Noem de drie zaken die hij is vergeten.
  6. Pim meldt zich aan met een soort pinpas. In welke stand moet Pim de kassa daarvoor zetten?
  7. Een uur na openingstijd komt de baas van Pim naar hem toe om te vragen hoeveel beginwisselgeld er in de kassa zat. Pim slaat geschrokken zijn hand voor zijn mond...
     Vergeten! Waarom is de baas hier niet blij mee? Motiveer je antwoord.
  8. Pim hangt een mededeling op de pinautomaat waarop staat dat deze defect is. Wat moet Pim nog meer doen?

Stap 2: Schoonhouden van de kassa

Lees de theorie van Schoonhouden afrekenpunt. Maak alle vragen en opgaven van de theorie. Lees het volgende verhaal en vul de opgaven in.
Kasper, de tweelingbroer van Pim, werkt bij een supermarkt. Zijn baas heeft hem gevraagd of hij voor openingstijd wil schoonmaken. Hij wist de tegelvloer van de gangpaden en rondom de kassa's. Dan pakt hij een emmer met een mop. Zorgvuldig trekt hij baantjes met zijn mop. Als hij klaar is, bekijkt Kasper tevreden het resultaat. Het ziet er strak uit. Nu nog de kassa's schoonmaken. Kasper veegt ook onder de kassa's. Met de bezem veegt hij een hoopje bonnetjes, een klokhuis en veel stof bij elkaar. Dan neemt hij een emmer met warm water, een schoonmaakmiddel en een doekje. Hij wringt het doekje goed uit als hij de kassa zelf schoonmaakt. Hij maakt de display schoon, de toetsen en de kast eromheen. Ook laat hij de lopende band even rollen, om de hele band te kunnen schoonmaken. De prullenmand laat hij voor wat het is want die is nog maar half vol. Kasper heeft nu bijna geen tijd meer dus zet hij snel alle spullen in de magazijnkast. Wel gooit hij nog even snel de emmer sop leeg.

  1. Als de baas zijn klanten wil behouden, is het belangrijk dat de winkel en de kassa's goed schoon zijn. Leg uit waarom.
  2. Noem nog twee redenen waarom het belangrijk is dat er regelmatig schoongemaakt wordt.
  3. Noem een punt van Kaspers schoonmaakwerk dat niet goed is.
  4. Noem een punt van Kaspers opruimwerk dat niet goed is.
  5. Kasper wringt zijn doekje goed uit. Noem een reden waarom dat goed is.
  6. Waarom maakt Kasper voor openingstijd schoon?