Ouder

Als ouder bent u graag op de hoogte van de vorderingen van uw kind. U wilt dat graag tijdig weten en niet alleen als uw kind de uitslag krijgt van een eindtoets. Maar hoe kunt u weten hoe uw kind ervoor staat en wat het aankan? Voor de kernvakken Nederlandse taal en rekenen zijn per 1 augustus 2010 voor vrijwel alle onderwijssoorten de niveaus precies omschreven. Dat is gebeurd met de referentieniveaus die duidelijk omschrijven welke basiskennis en basisvaardigheden uw kind op een bepaald moment in zijn schoolloopbaan moet beheersen. Met die beschrijvingen of referentieniveaus in de hand is het duidelijk wat uw kind geleerd moet hebben en kunt u de vorderingen die uw kind maakt volgen. De indeling in referentieniveaus is bedoeld als een opeenvolgende en doorlopende leerlijn:

  • Voor het basis- en speciaal (basis)onderwijs geldt fundamenteel niveaus 1 F en streefniveau 1S. Voor praktijkonderwijs is alleen 1F vastgelegd;
  • Voor het vmbo, en mbo 1, 2 en 3 geldt niveau 2F (maar waar mogelijk kan doorgewerkt worden naar het volgende streefniveau);
  • Voor havo, vwo en mbo 4 niveau 3F; voor taal geldt in het vwo 4F (maar waar mogelijk kan doorgewerkt worden naar het volgende streefniveau).

Omdat over de hele linie van het onderwijs zulke referentiebeschrijvingen in een doorlopende leerlijn zijn ingevoerd, weten leraren wat ze te doen staat, wat het voorafgaand onderwijs gedaan heeft en wat het vervolgonderwijs zal doen. Voor het invoeringsproces wordt de tijd genomen: tot 2014, en voor elk van de onderwijsvormen (primair, voortgezet, speciaal en middelbaar beroepsonderwijs) met een eigen verloop.

Maakt dit nieuwsgierig? Klik hiernaast op 'Vraag en antwoord - ouder' voor meer informatie op de centrale onderwerpen