Onze website maakt gebruik van cookies. Met cookies wordt de website persoonlijker en gebruiksvriendelijker. Bekijk ons cookiebeleid. Wilt u cookies toestaan?
Veelgestelde vragen

De wet


Wat verstaat men onder bovensectorale regelgeving en wat daarmee beoogd?
Wat is het verschil tussen referentieniveaus en leerstandaarden?
Neemt de wet het referentiemodel van de Expertgroep ‘doorlopende leerlijnen taal en rekenen’ als uitgangspunt?
Leidt het invoeren van referentieniveaus tot een extra administratieve last voor scholen?
Hoe verhoudt het invoeren van referentieniveaus zich tot de vrijheid van onderwijs?
Wanneer worden de referentieniveaus ingevoerd?
Is er meer bekend over aanvullende regelgeving?
Wat is de opstelling van het huidige kabinet ten aanzien van het taal- en rekenbeleid?
Zijn de referentieniveaus wel haalbaar gezien de discussie die daarover momenteel gevoerd en de recente brieven aan de minister van de PO-Raad en de MBO-Raad?
Wordt een goed timmerman-in-opleiding zijn diploma ontzegd omdat zijn taalbeheersing niet aan het gestelde referentieniveau voldoet?

 

Schoolbeleid

Is de zorg voor taal en rekenen alleen iets voor de vakdocenten taal en rekenen?
Wordt het presteren op de referentieniveaus betrokken bij de beoordeling van de leeropbrengst van mijn school?
Hoe kunnen we de referentieniveaus gebruiken bij het verbeteren van de aansluiting tussen schooltypen?
Waar kan ik toetsmateriaal vinden?
Zijn er methoden die geënt zijn op de referentieniveaus?
Waar kan ik informatie vinden over pilots taal en rekenen?
Wat is het Project Persoonlijk Assistent Leraar?
Wat is een summercourse?
Bij welk gemiddelde van een groep wordt voldaan aan het streven dat 75% van de leerlingen het geldend referentieniveau haalt?

 

Primair onderwijs

De wet

Wat verstaat men onder bovensectorale regelgeving en wat daarmee beoogd?
Bovensectorale regelgeving overstijgt de afzonderlijke en op een enkele sector (po, vo, mbo, hbo) afgestemde regelgeving. Hiermee wordt gegarandeerd dat de referentieniveaus voor de verschillende sectoren op elkaar blijvend zijn afgestemd. Er is een wettelijke eis van samenhang en doorlopende leerlijnen tussen de referentieniveaus van een onderwijssector en die van andere sectoren.

Wat is het verschil tussen referentieniveaus en leerstandaarden?
Referentieniveaus en leerstandaarden beschrijven beide concrete en realistische leerinhouden, maar anders dan bij leerstandaarden vormt het referentiekader niet een nieuw document naast bestaande documenten als kerndoelen en examenprogramma’s, of vervangen zij deze documenten, nee, het referentiekader is boven al deze documenten gesitueerd en vormt hiervoor een ijkpunt.

Neemt de wet het referentiemodel van de Expertgroep ‘doorlopende leerlijnen taal en rekenen’ als uitgangspunt?
Voor het primair onderwijs volgt de wet de opzet van de Expertgroep geheel. Voor het vo en mbo koppelt de wet de referentieniveaus aan het einde van een sector, leerwegen of opleidingen, dus niet aan de leeftijden die de Expertgroep noemt (12, 16, 18 jaar). Dit is nodig omdat de afzonderlijke sectorwetten geen leeftijdsbepalingen kennen. In de uitwerking ontlopen de wet en het advies van de Expertgroep elkaar praktisch niet: de wet verfijnt enkel het model van de Expertgroep. In de rubriek Opbouw kader vindt u het nu gangbare referentiemodel.

naar de top van de pagina 

Leidt het invoeren van referentieniveaus tot een extra administratieve last voor scholen?
Extra administratieve last is op twee onderwerpen voorzien: op het terrein van de specifieke informatieverzameling over het behaalde eindniveau in het po. Dat lijkt vooralsnog beperkt omdat de informatie in grote mate aanwezig is in de huidige toetsgegevens en leerlingvolgsystemen. Verder is van de introductie van de rekentoets in het vo een zekere uitvoeringslast te verwachten.

Hoe verhoudt het invoeren van referentieniveaus zich tot de vrijheid van onderwijs?
Bij taal- en rekenvaardigheden gaat het om objectieve cognitieve vaardigheden die de identiteit of richting van scholen niet raken. De referentieniveaus sturen via kerndoelen en examenprogramma’s. Dit past in de filosofie dat scholen zelf het beste in staat zijn de inrichting van het onderwijs te bepalen. De overheid bepaalt het ‘wat’, de scholen bepalen het ‘hoe’.

Wanneer worden de referentieniveaus ingevoerd?
Het invoeringstraject loopt vanaf augustus 2010 - schooljaar 2013/2014. Vanaf augustus 2010 kunnen scholen hun onderwijsbeleid- en praktijk aan het referentiekader gaan aanpassen. Er is dan informatie beschikbaar voor scholen welke toetsen en leerlingvolgsystemen geijkt zijn aan de referentieniveaus.
Tijdens de invoeringsfase volgt het ministerie van OCW de resultaten van scholen zorgvuldig. Dit gebeurt met behulp van de jaarlijkse monitor Doorlopende leerlijnen taal en rekenen. Zo kan de Tweede Kamer op stelselniveau worden geïnformeerd over de vorderingen van leerlingen op het gebied van de referentieniveaus.
Het uitgangspunt blijft een gelijktijdige en slagvaardige invoering van de referentieniveaus in alle onderwijssectoren, waarbij de invoering uiterlijk in 2014 is voltooid.

naar de top van de pagina

Is er meer bekend over aanvullende regelgeving?
Voor het eerste examenjaar mbo-4 op 3F-niveau in het cursusjaar 2013/14 is een Eindexamenbesluit Beroepsopleidingen WEB opgesteld. Voor het voortgezet onderwijs verschijnt in het voorjaar van 2011 een bijgesteld Eindexamenbesluit.

Wat is de opstelling van het huidige kabinet ten aanzien van het taal- en rekenbeleid?
Het kabinet van VVD en CDA zet het beleid met kracht voort. Het kabinet bestempelt taal en rekenen als kernvakken en gaat leerlingvolgsystemen en uniforme (diagnostische) toetsen in het basis- en voortgezet onderwijs verplicht stellen.

Zijn de referentieniveaus wel haalbaar gezien de discussie die daarover momenteel gevoerd en de recente brieven aan de minister van de PO-Raad en de MBO-Raad?
In de begrotingsbehandeling in oktober jl. is de haalbaarheid ook aan de orde gesteld. De minister heeft toen geantwoord dat bij de totstandkoming alle zorgvuldigheid in acht is genomen, ook al door de beschrijvingen voor te leggen aan alle sectoren, velddeskundigen en praktijkexperts. De referentieniveaus zijn niet te hoog gegrepen en ook niet te licht. Onderkend wordt dat er altijd leerlingen zullen blijven voor wie een niveau als 1F ondanks alle inspanningen niet haalbaar is. Alles overwegende is de minister van mening dat er met de referentieniveaus een deugdelijke set onderwijsdoelen ligt. Overigens gaan de PO-Raad en MBO-Raad niet in op de feitelijke haalbaarheid van de niveaus, wel doen ze een klemmend verzoek op de minister de invoering zorgvuldig te laten verlopen door daarvoor de tijd te nemen en de afstemming tussen de verschillende sectoren steeds in beeld te hebben.

Wordt een goed timmerman-in-opleiding zijn diploma ontzegd omdat zijn taalbeheersing niet aan het gestelde referentieniveau voldoet?
De (v)mbo-jongeren hebben adequate kennis van rekenen en taal nodig om in de maatschappij van vandaag de dag te kunnen functioneren. Dat geldt ook voor een goede timmerman-in-opleiding. Daar komt bij dat veel van het vakmanschap ook talige en rekencomponenten heeft. De referentieniveaus taal en rekenen moeten niet gezien worden als aanvullende eisen. In de huidige examenprogramma's zitten rekenen- en taalelementen al vervlochten en er wordt gekeken hoe de referentienievaus door kunnen werken in de programma’s van de beroepsgerichte vakken.

 

Schoolbeleid

Is de zorg voor taal en rekenen alleen iets voor de vakdocenten taal en rekenen?
In de gesprekken die in het kader van de totstandkoming van het advies en wet zijn gehouden met leraren en schoolleiders is veelal aangegeven dat gewerkt wordt aan een taal- en rekenbeleidsplan. Het merendeel van de scholen kiest voor een geïntegreerde aanpak waarbij taal en rekenen in alle vakken tot aan het afronden van een school of opleiding een specifiek thema wordt. Ook zijn er scholen die – afhankelijk van de leerlingenpopulatie – kiezen voor extra lessen taal en rekenen.

Wordt het presteren op de referentieniveaus betrokken bij de beoordeling van de leeropbrengst van mijn school?
Op termijn gaat de Onderwijsinspectie het referentiekader gebruiken bij de beoordeling van de prestaties van leerlingen en scholen. Het kabinet van VVD en CDA richt zich in het Regeerakkoord expliciet op de kwaliteitsverhoging van het onderwijs en stelt dat er absoute kwaliteitsnormen moeten komen waarbij de toegevoegde waarde van het onderwijs zwaarder meewegen. Mogelijk dat deze uitspraak de PO-Raad ertoe heeft gebracht de minister te vragen te wachten met het koppelen van toetsen aan scholenevaluatie en –verantwoordelijkheden. Dit conform het eerder voornemen om hiermee te wachten tot het invoeringsproces van het referentiekader is afgerond.

Hoe kunnen we de referentieniveaus gebruiken bij het verbeteren van de aansluiting tussen schooltypen?
Op dit moment zijn er geen sectoroverstijgende afspraken met scholen en leraren over wat leerlingen op bepaalde momenten in hun onderwijsloopbaan moeten kennen en kunnen op het gebied van taal en rekenen (doorlopende leerlijn). Het referentiekader wordt daarom gezien als een goede houvast. Het biedt scholen en leraren meer duidelijkheid over wat leerlingen moeten kunnen. In de verschillende onderwijssectoren weet men hierdoor ook beter wat men van elkaar kan verwachten. Wanneer leerlingen doorstromen van de ene naar de andere sector is het duidelijk welk niveau ze op dat moment (moeten) hebben. Dit beleid krijgt steun vanuit het recente regeerakkoord dat inzet op de doorlopende leerlijnen en aangeeft dat daarmee de keuze voor pakketten, voor studie en loopbaan vereenvoudigd worden.

naar de top van de pagina

Waar kan ik toetsmateriaal vinden?
Op deze website staat een overzicht van de beschikbare toetsen/testen. 

naar de top van de pagina