De wet
Wat verstaat men onder bovensectorale regelgeving en wat daarmee beoogd?
Wat is het verschil tussen referentieniveaus en leerstandaarden?
Neemt de wet het referentiemodel van de Expertgroep ‘doorlopende leerlijnen taal en rekenen’ als uitgangspunt?
Leidt het invoeren van referentieniveaus tot een extra administratieve last voor scholen?
Hoe verhoudt het invoeren van referentieniveaus zich tot de vrijheid van onderwijs?
Wanneer worden de referentieniveaus ingevoerd?
Is er meer bekend over aanvullende regelgeving?
Wat is de opstelling van het huidige kabinet ten aanzien van het taal- en rekenbeleid?
Zijn de referentieniveaus wel haalbaar gezien de discussie die daarover momenteel gevoerd en de recente brieven aan de minister van de PO-Raad en de MBO-Raad?
Wordt een goed timmerman-in-opleiding zijn diploma ontzegd omdat zijn taalbeheersing niet aan het gestelde referentieniveau voldoet?
Schoolbeleid
Is de zorg voor taal en rekenen alleen iets voor de vakdocenten taal en rekenen?
Wordt het presteren op de referentieniveaus betrokken bij de beoordeling van de leeropbrengst van mijn school?
Hoe kunnen we de referentieniveaus gebruiken bij het verbeteren van de aansluiting tussen schooltypen?
Waar kan ik toetsmateriaal vinden?
Zijn er methoden die geënt zijn op de referentieniveaus?
Waar kan ik informatie vinden over pilots taal en rekenen?
Wat is het Project Persoonlijk Assistent Leraar?
Wat is een summercourse?
Bij welk gemiddelde van een groep wordt voldaan aan het streven dat 75% van de leerlingen het geldend referentieniveau haalt?
Primair onderwijs
Telt het al dan niet behalen van het referentieniveau in het primair onderwijs mee voor de toelating naar het voortgezet onderwijs?
Leidt het invoeren van het referentiekader er niet toe dat scholen zich concentreren op het basisniveau en zich niet meer richten op de verdere ontwikkeling van leerlingen?
Leidt het invoeren van de twee kwaliteiten in het primair onderwijs niet tot een vroegtijdige selectie?
Wat betekenen de referentieniveaus voor de eindtoets primair onderwijs?
Wat gebeurt er met leerlingen die het niveau niet halen?
Bij ‘Passend Onderwijs’ wordt ook gesproken over een referentiekader. Is dat hetzelfde als het referentiekader taal en rekenen?
Voortgezet onderwijs
Wat verandert er op het gebied van de inhoudelijke eisen voor mijn school/leerlingen nu er referentieniveaus worden ingevoerd?
Wordt het voor veel leerlingen in het (v)mbo moeilijk een diploma voor hun beroepsopleiding te halen door het invoeren van nieuwe eisen voor taal en rekenen?
Wat betekenen de referentieniveaus voor de examens voortgezet onderwijs?
Zijn er ook tussentijdse toetsen beschikbaar voor het vo?
Moet een leerling die in 2012-2013 het examen niet haalt en dus in 2013-2014 opnieuw examen gaat doen of in 2009-2010 is gestart met de opleiding en ergens blijft zitten voldoen aan de nieuwe eisen?
Middelbaar beroepsonderwijs
Wat betekenen de referentieniveaus voor de toetsing in het mbo?
Zijn er ook tussentijdse toetsen beschikbaar voor het mbo?
Lerarenopleiding
Heeft het invoeren van referentieniveaus consequenties voor de bekwaamheden van leraren?
Wat is een pabo-toets?
Wat gebeurt er bij de lerarenopleidingen?
Antwoorden
De wet
Wat verstaat men onder bovensectorale regelgeving en wat daarmee beoogd?
Bovensectorale regelgeving overstijgt de afzonderlijke en op een enkele sector (po, vo, mbo, hbo) afgestemde regelgeving. Hiermee wordt gegarandeerd dat de referentieniveaus voor de verschillende sectoren op elkaar blijvend zijn afgestemd. Er is een wettelijke eis van samenhang en doorlopende leerlijnen tussen de referentieniveaus van een onderwijssector en die van andere sectoren.
Wat is het verschil tussen referentieniveaus en leerstandaarden?
Referentieniveaus en leerstandaarden beschrijven beide concrete en realistische leerinhouden, maar anders dan bij leerstandaarden vormt het referentiekader niet een nieuw document naast bestaande documenten als kerndoelen en examenprogramma’s, of vervangen zij deze documenten, nee, het referentiekader is boven al deze documenten gesitueerd en vormt hiervoor een ijkpunt.
Neemt de wet het referentiemodel van de Expertgroep ‘doorlopende leerlijnen taal en rekenen’ als uitgangspunt?
Voor het primair onderwijs volgt de wet de opzet van de Expertgroep geheel. Voor het vo en mbo koppelt de wet de referentieniveaus aan het einde van een sector, leerwegen of opleidingen, dus niet aan de leeftijden die de Expertgroep noemt (12, 16, 18 jaar). Dit is nodig omdat de afzonderlijke sectorwetten geen leeftijdsbepalingen kennen. In de uitwerking ontlopen de wet en het advies van de Expertgroep elkaar praktisch niet: de wet verfijnt enkel het model van de Expertgroep. In de rubriek Opbouw kader vindt u het nu gangbare referentiemodel.
Leidt het invoeren van referentieniveaus tot een extra administratieve last voor scholen?
Extra administratieve last is op twee onderwerpen voorzien: op het terrein van de specifieke informatieverzameling over het behaalde eindniveau in het po. Dat lijkt vooralsnog beperkt omdat de informatie in grote mate aanwezig is in de huidige toetsgegevens en leerlingvolgsystemen. Verder is van de introductie van de rekentoets in het vo een zekere uitvoeringslast te verwachten.
Hoe verhoudt het invoeren van referentieniveaus zich tot de vrijheid van onderwijs?
Bij taal- en rekenvaardigheden gaat het om objectieve cognitieve vaardigheden die de identiteit of richting van scholen niet raken. De referentieniveaus sturen via kerndoelen en examenprogramma’s. Dit past in de filosofie dat scholen zelf het beste in staat zijn de inrichting van het onderwijs te bepalen. De overheid bepaalt het ‘wat’, de scholen bepalen het ‘hoe’.
Wanneer worden de referentieniveaus ingevoerd?
Het invoeringstraject loopt vanaf augustus 2010 - schooljaar 2013/2014. Vanaf augustus 2010 kunnen scholen hun onderwijsbeleid- en praktijk aan het referentiekader gaan aanpassen. Er is dan informatie beschikbaar voor scholen welke toetsen en leerlingvolgsystemen geijkt zijn aan de referentieniveaus.
Tijdens de invoeringsfase volgt het ministerie van OCW de resultaten van scholen zorgvuldig. Dit gebeurt met behulp van de jaarlijkse monitor Doorlopende leerlijnen taal en rekenen. Zo kan de Tweede Kamer op stelselniveau worden geïnformeerd over de vorderingen van leerlingen op het gebied van de referentieniveaus.
Het uitgangspunt blijft een gelijktijdige en slagvaardige invoering van de referentieniveaus in alle onderwijssectoren, waarbij de invoering uiterlijk in 2014 is voltooid.
Is er meer bekend over aanvullende regelgeving?
Voor het eerste examenjaar mbo-4 op 3F-niveau in het cursusjaar 2013/14 is een Eindexamenbesluit Beroepsopleidingen WEB opgesteld. Voor het voortgezet onderwijs verschijnt in het voorjaar van 2011 een bijgesteld Eindexamenbesluit.
Wat is de opstelling van het huidige kabinet ten aanzien van het taal- en rekenbeleid?
Het kabinet van VVD en CDA zet het beleid met kracht voort. Het kabinet bestempelt taal en rekenen als kernvakken en gaat leerlingvolgsystemen en uniforme (diagnostische) toetsen in het basis- en voortgezet onderwijs verplicht stellen.
Zijn de referentieniveaus wel haalbaar gezien de discussie die daarover momenteel gevoerd en de recente brieven aan de minister van de PO-Raad en de MBO-Raad?
In de begrotingsbehandeling in oktober jl. is de haalbaarheid ook aan de orde gesteld. De minister heeft toen geantwoord dat bij de totstandkoming alle zorgvuldigheid in acht is genomen, ook al door de beschrijvingen voor te leggen aan alle sectoren, velddeskundigen en praktijkexperts. De referentieniveaus zijn niet te hoog gegrepen en ook niet te licht. Onderkend wordt dat er altijd leerlingen zullen blijven voor wie een niveau als 1F ondanks alle inspanningen niet haalbaar is. Alles overwegende is de minister van mening dat er met de referentieniveaus een deugdelijke set onderwijsdoelen ligt. Overigens gaan de PO-Raad en MBO-Raad niet in op de feitelijke haalbaarheid van de niveaus, wel doen ze een klemmend verzoek op de minister de invoering zorgvuldig te laten verlopen door daarvoor de tijd te nemen en de afstemming tussen de verschillende sectoren steeds in beeld te hebben.
Wordt een goed timmerman-in-opleiding zijn diploma ontzegd omdat zijn taalbeheersing niet aan het gestelde referentieniveau voldoet?
De (v)mbo-jongeren hebben adequate kennis van rekenen en taal nodig om in de maatschappij van vandaag de dag te kunnen functioneren. Dat geldt ook voor een goede timmerman-in-opleiding. Daar komt bij dat veel van het vakmanschap ook talige en rekencomponenten heeft. De referentieniveaus taal en rekenen moeten niet gezien worden als aanvullende eisen. In de huidige examenprogramma's zitten rekenen- en taalelementen al vervlochten en er wordt gekeken hoe de referentienievaus door kunnen werken in de programma’s van de beroepsgerichte vakken.
Schoolbeleid
Is de zorg voor taal en rekenen alleen iets voor de vakdocenten taal en rekenen?
In de gesprekken die in het kader van de totstandkoming van het advies en wet zijn gehouden met leraren en schoolleiders is veelal aangegeven dat gewerkt wordt aan een taal- en rekenbeleidsplan. Het merendeel van de scholen kiest voor een geïntegreerde aanpak waarbij taal en rekenen in alle vakken tot aan het afronden van een school of opleiding een specifiek thema wordt. Ook zijn er scholen die – afhankelijk van de leerlingenpopulatie – kiezen voor extra lessen taal en rekenen.
Wordt het presteren op de referentieniveaus betrokken bij de beoordeling van de leeropbrengst van mijn school?
Op termijn gaat de Onderwijsinspectie het referentiekader gebruiken bij de beoordeling van de prestaties van leerlingen en scholen. Het kabinet van VVD en CDA richt zich in het Regeerakkoord expliciet op de kwaliteitsverhoging van het onderwijs en stelt dat er absoute kwaliteitsnormen moeten komen waarbij de toegevoegde waarde van het onderwijs zwaarder meewegen. Mogelijk dat deze uitspraak de PO-Raad ertoe heeft gebracht de minister te vragen te wachten met het koppelen van toetsen aan scholenevaluatie en –verantwoordelijkheden. Dit conform het eerder voornemen om hiermee te wachten tot het invoeringsproces van het referentiekader is afgerond.
Hoe kunnen we de referentieniveaus gebruiken bij het verbeteren van de aansluiting tussen schooltypen?
Op dit moment zijn er geen sectoroverstijgende afspraken met scholen en leraren over wat leerlingen op bepaalde momenten in hun onderwijsloopbaan moeten kennen en kunnen op het gebied van taal en rekenen (doorlopende leerlijn). Het referentiekader wordt daarom gezien als een goede houvast. Het biedt scholen en leraren meer duidelijkheid over wat leerlingen moeten kunnen. In de verschillende onderwijssectoren weet men hierdoor ook beter wat men van elkaar kan verwachten. Wanneer leerlingen doorstromen van de ene naar de andere sector is het duidelijk welk niveau ze op dat moment (moeten) hebben. Dit beleid krijgt steun vanuit het recente regeerakkoord dat inzet op de doorlopende leerlijnen en aangeeft dat daarmee de keuze voor pakketten, voor studie en loopbaan vereenvoudigd worden.

Waar kan ik toetsmateriaal vinden?
Op deze website staat een overzicht van de beschikbare toetsen/testen.
Zijn er methoden die geënt zijn op de referentieniveaus?
Op dit moment zijn de lesmethoden nog niet aangepast aan de referentieniveaus. Uit onderzoek van het Kenniscentrum Leermiddelen (KLC) blijkt dat de bestaande methoden taal en rekenen in grote lijnen de leerstof aanbieden, die het referentiekader vereist.
Leraren kunnen worden ondersteund in het gebruik van deze lesmethoden, in relatie tot de referentieniveaus. In de analyse van het KLC wordt bijvoorbeeld per methode aangegeven welke lesstof correspondeert met welk domein van de referentieniveaus.
De bestaande methoden in de beroepsgerichte vakken in het vo en mbo moeten nog worden onderzocht op hun aansluiting met de referentieniveaus. Hierover wordt momenteel overlegd met de sectororganisaties, het KLC en de uitgeverijen.
Bij het ontwikkelen van nieuwe leermiddelen wordt vanaf het begin rekening gehouden met het referentiekader.
Zie voor meer informatie het onderdeel Kenniscentrum Leermiddelen op de website van SLO.
Waar kan ik informatie vinden over pilots taal en rekenen?
U kunt informatie vinden over de pilots taal en rekenen op:
- het onderdeel Pilots op deze website
- Steunpunt taal en rekenen mbo
- Taalpilots en rekenpilots op de website van School aan zet
Wat is het Project Persoonlijk Assistent Leraar?
In 2009 en 2010 kunnen vo-scholen hbo- en wo-studenten als TaalPAL, RekenPAL of BètaPAL inzetten. Het ministerie van OCW heeft voor 600 PAL-plekken een stimuleringsbijdrage gereserveerd. PAL-studenten kunnen leraren helpen bij het voorbereiden van de lessen en de begeleiding van leerlingen op het gebied van taal, rekenen en bèta.
- Meer informatie over PAL
Wat is een summercourse?
OCW stelt financiële middelen beschikbaar aan de lerarenopleidingen om studenten te ondersteunen met summercourses en remediërende programma’s. Deze summercourses zijn ingesteld om, voorafgaand aan de opleiding, eventuele achterstanden in kennis en studievaardigheden bij de aankomende studenten weg te werken. Deze ‘summercourses’ zijn vanaf het schooljaar 2009-2010 beschikbaar voor de pabo (taal en rekenen) en de tweedegraads lerarenopleiding (taal).
Bij welk gemiddelde van een groep wordt voldaan aan het streven dat 75% van de leerlingen het geldend referentieniveau haalt?
De 75% is een groepsnorm, dat wil zeggen dat 75% van de groep de kennis en kunde zou moeten beheersen zoals beschreven in het betreffende referentieniveau. De groepsnorm wordt echter bepaald door de prestaties van de individuele leerlingen. Dus eigenlijk is de vraag: wanneer kan gesteld worden dat een individuele leerling het niveau beheerst?
Een toets die gerelateerd is aan een referentieniveau (op termijn bijvoorbeeld een examen) toetst de mate waarin een leerling een aantal doelen beheerst. Bij elk doel wordt de leerling een aantal vragen voorgelegd. Er vanuit gaande dat deze vragen een vergelijkbare moeilijkheidsgraad hebben, lijkt het voor de hand te liggen dat gesteld gaat worden dat een leerling een doel beheerst in het geval hij tenminste een van te voren vastgelegd gedeelte (= cesuurpercentage) van de bijbehorende toetsvragen correct beantwoordt. De leerling beheerst het gehele referentieniveau in het geval hij een van te voren vastgesteld gedeelte (= beheersingspercentage) van alle doelen beheerst. Waar de cesuren precies moeten komen te liggen, is nog niet vastgesteld. Een extra moeilijkheid hierbij is dat een toets wel gerelateerd kan zijn aan een referentieniveau maar daarvan niet een 1 op 1 vertaling behoeft te zijn. Een toets als een landelijk examen kan ook andere onderdelen bevatten die de uiteindelijke totale score mede bepalen. De komende jaren zullen gebruikt worden om na onderzoek en proefafnames op deze vragen een antwoord te hebben.
Primair onderwijs
Telt het al dan niet behalen van het referentieniveau in het primair onderwijs mee voor de toelating naar het voortgezet onderwijs?
Nee, de toelatingsvoorwaarden blijven hetzelfde. Wel zullen de gegevens over het behaalde niveau worden overgedragen aan het vervolgonderwijs zodat het voor de school voor vo duidelijk is wat de leerling bij de start nu precies beheerst. In de brief van de PO-Raad aan de minister (november 2010) adviseert de raad de minister de eindtoets basisonderwijs aan een op termijn in te stellen uniforme toets in het kader van de referentieniveaus te koppelen. In feite pleit de raad dus voor enkelvoudige toetsing.
Leidt het invoeren van het referentiekader er niet toe dat scholen zich concentreren op het basisniveau en zich niet meer richten op de verdere ontwikkeling van leerlingen?
Om deze reden zijn er fundamentele kwaliteiten geformuleerd en streefkwaliteiten. Dat is vooral van belang voor het primair onderwijs met zijn zeer gedifferentieerde leerlingenpopulatie.
Leidt het invoeren van de twee kwaliteiten in het primair onderwijs niet tot een vroegtijdige selectie?
Scholen in het po hebben de wettelijke opdacht het onderwijs zodanig in te richten dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen en ervoor te zorgen dat het onderwijs wordt afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen. De referentieniveaus kunnen (in het kader van opbrengstgericht werken) hiervoor worden benut. Het regeerakkoord merkt op dat ‘presteren’ geen vies woord is en dat ieder talent telt, of het nu jongeren betreft met een beperking, met gouden handjes of de knappe koppen.

Wat betekenen de referentieniveaus voor de eindtoets primair onderwijs?
Basisscholen worden op termijn verplicht om gegevens te leveren aan het vervolgonderwijs over het behaalde eindniveau van alle leerlingen, aan de hand van de referentieniveaus. Hiervoor moeten ze gebruik maken van toetsen, die zijn geijkt op de twee referentieniveaus. De bestaande taal en rekentoetsen voor groep 8 worden hiervoor aangepast.
Wat gebeurt er met leerlingen die het niveau niet halen?
Het streven is er op gericht om leerlingen zo ver mogelijk te brengen, daarbij kunnen instrumenten, zoals maatwerkprogramma's en/of extra remediëring worden ingezet. Leerlingen die ondanks extra inspanning het niveau niet halen in een bepaalde sector kunnen daaraan verder werken in het vervolgonderwijs. Zo kunnen leerlingen die niveau 1F niet geheel bereiken in het basisonderwijs daarmee verder gaan in het vervolgonderwijs. Wel heeft het behalen van een niveau, zoals gezegd, consequenties voor het schooladvies voor vervolgonderwijs. Zie ook het antwoord in de eerste vraag onder dit kopje.
Bij ‘Passend Onderwijs’ wordt ook gesproken over een referentiekader. Is dat hetzelfde als het referentiekader taal en rekenen?
Nee, het referentiekader passend onderwijs moet besturen, scholen en samenwerkingsverbanden helpen bij het vormgeven van hun zorgplicht. Daarvoor is wetgeving in de maak dat naar verwachting op 1 augustus 2012 in werking treedt.
Voortgezet onderwijs
Wat verandert er op het gebied van de inhoudelijke eisen voor mijn school/leerlingen nu er referentieniveaus worden ingevoerd?
De referentieniveaus kennen geen nieuwe eisen ten opzichte van kerndoelen en eindtermen, wel worden ze specifieker ingevuld. Uitzonderingen hierbij zijn leerlingen zonder wiskunde in het pakket. Zij leggen (net als de leerlingen die wel wiskunde in hun pakket hebben) een rekentoets af. Op een later moment wordt besloten of en hoe de rekentoets meetelt bij het examen.
In het mbo verandert er iets meer: hier volgen studenten vanaf studiejaar 2010/2011 onderwijs in Nederlands en rekenen. In 2014 leggen zij in deze vakken centrale examens af.
Tenslotte laten referentieniveaus beter zien wat leerlingen op welk moment in hun onderwijsloopbaan moeten kennen en kunnen.
Wordt het voor veel leerlingen in het (v)mbo moeilijk een diploma voor hun beroepsopleiding te halen door het invoeren van nieuwe eisen voor taal en rekenen?
Nee. De referentieniveaus taal en rekenen worden op een zorgvuldige wijze ingevoerd. In 2010 wordt een eerste stap gezet in het werken met referentieniveaus in het voortgezet onderwijs. De uiteindelijke vertaling naar toetsen en examens in VO en MBO zal in 2014 plaatsvinden. Tussentijds wordt in de gaten houden hoe de leerlingenprestaties zich ontwikkelen. Definitieve beslissingen over examinering en de uitslagregeling zullen pas genomen worden als blijkt dat het op een verantwoorde manier kan. Hierin wordt de lijn gevolgd van een gefaseerde, lerende invoering.
Los daarvan zijn kan erop gewezen worden dat er nu ook leerlingen zijn die onvoldoende scoren voor het vak Nederlandse taal of wiskunde en toch een diploma halen. Het examensysteem laat dit toe. Er ligt een wetsvoorstel dat moet gaan regelen dat de verblijfsduurbeperkingen in het voortgezet onderwijs, met name voor het vmbo, vervallen.
Wat betekenen de referentieniveaus voor de examens voortgezet onderwijs?
In het voortgezet onderwijs worden de examens Nederlandse taal en wiskunde aan het referentiekader geijkt om te borgen dat leerlingen daadwerkelijk aan de gestelde referentieniveaus voldoen. Leerlingen die in schooljaar 2013/2014 examen afleggen zullen voor het eerst met deze geijkte examens te maken krijgen.
Alle leerlingen zullen een rekentoets afleggen als onderdeel van het eindexamen. Vanaf het schooljaar 2010-2011 vinden proefafnames van de rekentoets plaats. Aan de hand van de resultaten hiervan zal besloten worden of en hoe de toets zal meewegen in de slaag/zakbeslissing.
Zijn er ook tussentijdse toetsen beschikbaar voor het vo?
Al vanaf het voorjaar 2009 zijn er voor het vo ook diagnostische toetsen beschikbaar die gebaseerd zijn op het referentiekader. Het ministerie van OCW stelt deze toetsen drie schooljaren gratis beschikbaar. Scholen en instellingen kunnen deze toetsen vrijwillig afnemen. Ze zijn geschikt voor elk leerjaar. Met de diagnostische toetsen kunnen leraren inzicht krijgen in het niveau van hun leerlingen en gericht hun taal- en rekenonderwijs verbeteren. Zie voor meer informatie de website van het CITO. Zie voor meer informatie bij de afzonderlijke rubrieken taal en rekenen onder 'toetsen'.
Moet een leerling die in 2012-2013 het examen niet haalt en dus in 2013-2014 opnieuw examen gaat doen of in 2009-2010 is gestart met de opleiding en ergens blijft zitten voldoen aan de nieuwe eisen?
In beginsel zal elke leerling die in 2013-2014 examen aflegt moeten voldoenaan de nieuwe examens. Er is echter nog geen besluit genomen of er sprake zal zijn van een overgangsregeling. Indien hier meer over bekend is, zal die informatie onder andere te vinden zijn op www.taalenrekenen.nl of www.steunpunttaalenrekenenvo.nl.
Overigens is de verwachting dat er in het voorjaar van 2011 een bijgesteld en op het referentiekader afgestemd Eindexamenbesluit ligt.
Middelbaar beroepsonderwijs
Wat betekenen de referentieniveaus voor de toetsing in het mbo?
In het mbo wordt een vorm van centrale examinering voor Nederlands en rekenen/wiskunde ingevoerd, gebaseerd op de referentieniveaus. De invoering van deze examens is een stapsgewijs proces. Scholen krijgen eerst de kans om 2 jaar ervaring op te doen met de afname van centraal ontwikkelde examens. In 2013/2014 worden scholen verplicht om de centrale examens af te nemen bij leerlingen in het mbo-4. Voor de examens in 2013/14 op 3F-niveau is een Examenbesluit Beroepsopleidingen WEB opgesteld dat erin voorziet dat in dat cursusjaar verspreid over drie perioden taal en rekenen in een digitale vorm worden afgenomen. De kandidaten kunnen zelf uit deze drie perioden kiezen. Ingeschat wordt dat die keuze niet gelijkelijk over die perioden verdeeld zal zijn, zeker als kandidaten rekenen met een herkansingsmogelijkheid. Het jaar daarop volgen de examens voor mbo-2 en –3 op het 2F-niveau. Het examenbesluit wordt daarop dan aangepast.
Zijn er ook tussentijdse toetsen beschikbaar voor het mbo?
Al vnaf het voorjaar 2009 zijn er ook voor het mbo diagnostische toetsen beschikbaar die gebaseerd zijn op het referentiekader. Het ministerie van OCW stelt deze toetsen drie schooljaren gratis beschikbaar. Scholen en instellingen kunnen deze toetsen vrijwillig afnemen. Ze zijn geschikt voor elk leerjaar. Met de diagnostische toetsen kunnen leraren inzicht krijgen in het niveau van hun leerlingen en gericht hun taal- en rekenonderwijs verbeteren. Zie voor meer informatie de website van het CITO. In maart 2011 komt het examen als voorbeeldmateriaal beschikbaar uit het proefexamen dat gehouden is in de maand daar voor.
Lerarenopleiding
Heeft het invoeren van referentieniveaus consequenties voor de bekwaamheden van leraren?
De bekwaamheidseisen in het po zijn wat betreft de vakinhoud geënt op de kerndoelen. Een logisch gevolg van de nieuwe relatie tussen kerndoelen en referentieniveaus is dat leraren bekwaam moeten zijn wat betreft deze niveaus. Daarom wordt het besluit Bekwaamheidseisen onderwijspersoneel daarop aangepast. Vanuit de lerarenopleidingen wordt daarop vooruitgelopen. Het Regeerakkoord van VVD en CDA stelt ondermeer dat de kwaliteitsverhoging van de lerarenopleidingen wordt voortgezet, dat de Pabo op de brede bevoegdheid een differentiatie gaat kennen naar het jonge en oudere kind, en dat er een beroepsregister wordt ingevoerd. Verder wordt de doorlopende leerlijn in het onderwijs benadrukt ten gunste van een goede pakketkeuze, studie en loopbaan.
Wat is een pabo-toets?
Vanaf het studiejaar 2006-2007 leggen eerstejaars pabostudenten een taal- en rekentoets af. Deze toets is ingevoerd omdat het reken- en taalniveau van toekomstige leraren onvoldoende was. Taal en rekenen zijn de belangrijkste basisvakken in het primair onderwijs en het is belangrijk dat pabostudenten over een minimumniveau beschikken voor taal en rekenen. Wanneer aankomend studenten deze basisvaardigheden onvoldoende onder de knie hebben, dan lopen zij een groot risico dat zij tijdens de opleiding onvoldoende kennis en vaardigheden kunnen verwerven om in het basisonderwijs rekenen en taal te onderwijzen. Gevolg daarvan zou zijn dat jonge kinderen onvoldoende worden voorbereid op het vervolgonderwijs en op hun toekomstige plaats in de samenleving.
Studenten maken deze reken- en taaltoetsen bij aanvang van hun studieloopbaan op de pabo. Voldoen zij aan deze landelijk vastgestelde norm, dan is daarmee voor hen dit onderdeel afgesloten. Voldoen zij niet aan de landelijk vastgestelde norm, dan zullen zij zich in het eerste jaar moeten bijscholen. Aan het einde van het eerste schooljaar moeten zij de toets dan opnieuw maken. Wanneer zij dan wel aan de landelijk vastgestelde norm voldoen, is daarmee dit onderdeel afgesloten. Zo niet, dan moet de student stoppen met de pabo.
Deze toetsen zijn van tijdelijke aard. Er wordt hard gewerkt aan een verbetering van het reken- en taalniveau in het vo en mbo. Een aanzienlijke verbetering aan het eind van deze vooropleidingen maakt de toetsen op termijn overbodig. Zie voor meer informatie de website van het CITO.
Wat gebeurt er bij de lerarenopleidingen?
Het taal- en rekenonderwijs op de lerarenopleidingen moet ook worden verbeterd. De lerarenopleidingen ontwikkelen hiervoor zelf gezamenlijke kennisbases met bijbehorende kennisbanken en –toetsen. Deze kennisbases beschrijven de kennis en vakdidactiek, die alle startbekwame leraren moeten bezitten.
De referentieniveaus van Meijerink komen op twee manieren terug in deze kennisbases:
- De startbekwame leerkracht moet zelf een niveau voor taal en rekenen bereiken dat hoger ligt dan 3F (het voor de pabo aanbevolen instroomniveau).
- De startbekwame leerkracht moet voldoende kennis hebben van de referentieniveaus 1 en 2. Kennis hiervan is van groot belang om later goed taal- en rekenonderwijs te kunnen geven op de basisschool.
Als alles volgens planning verloopt betekent dit dat de kennisbases in studiejaar 2010-2011 worden ingevoerd op de opleidingen.