Niveauopbouw en toetslijn
Door een kleine maar gestage vermindering van prestaties van leerlingen, gemeten over enkele decennia, is er maatschappelijk kritiek op de kwaliteit van het taal- en rekenonderwijs. De kritiek heeft ertoe geleid dat er een systematische beschrijving is gekomen van wat leerlingen in opeenvolgende fasen van het onderwijs aan basisvaardigheden taal en rekenen moeten kennen en kunnen. In totaal voor vier ‘momenten’ in hun schoolloopbaan, van primair onderwijs tot uitstroom naar de arbeidsmarkt of instroom in het hoger onderwijs. Voor elk moment is in een doorlopende leerlijn aangegeven waaraan leerlingen op dat niveau zouden moeten voldoen. Die niveaus zijn de fundamentele niveaus (F) genoemd. Het niveau 2F is het algemeen maatschappelijk functioneel niveau, het niveau waaraan elke Nederlander zou moeten voldoen. Er zijn ook streefniveaus geformuleerd als uitdaging voor leerlingen die meer aan kunnen (S). Het geheel aan beschrijvingen wordt aangeduid met ‘het referentiekader’ en is vastgelegd in de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen die op 1 augustus 2010 van kracht is geworden. Opeenvolgende kabinetten zetten het beleid voor taal en rekenen kracht bij en werken met steun van de Tweede Kamer aan een ambitieuze leercultuur. Inmiddels zijn de nodige veranderingen zichtbaar.

De toewijzing van referentieniveaus door de overheid aan de verschillende sectoren van het onderwijs vindt u in onderstaand schema “Opbouw kader”. 

undefined

Parallel aan de opbouw referentieniveaus ontstaat een doorlopende toetslijn. Het volgende schema geeft aan waar en wanneer een referentieniveau getoetst wordt. 

Schema ontwikkeld door Schwandt Infographics op basis van het rapport Kaders rekentoets vo (CVE, 2013)

doorlopende-toetslijn-taal-rekenen-grijs1.jpg

Voorbeelduitwerkingen van de referentieniveaus vindt u door te klikken op onderstaande mogelijkheden.  

Taal Rekenen
1F en 1S: po, so en praktijkonderwijs 1F en 1S: po, so en praktijkonderwijs
2F: vmbo, mbo 1, 2 en 3 2F: vmbo, mbo 1, 2 en 3 (p. 24 - 34)
3F: havo en mbo 4 3F: havo en mbo 4
4F: vwo 3F: vwo