
Minister van Bijsterveldt tijdens pilotbijeenkomst
In elke pilot werkt een beperkt aantal scholen of instellingen aan weerskanten van de ‘streep’ met elkaar samen. Bijvoorbeeld twee vo-scholen met een groepje van 6 basisscholen of een afdeling van een ROC met drie of vier vmbo-scholen. Deze scholen en instellingen zijn op het niveau van leraren actief met elkaar aan de slag met het verbeteren van de aansluiting voor taal en rekenen. Dit nadat zij: goed kennis hebben genomen van de referentieniveaus, een plan hebben gemaakt en onderzocht is op welk gebied de aansluiting verbetering behoeft. Het management ondersteunt deze activiteiten actief.
De pilots worden door SLO begeleid en gefaciliteerd. De projectleiders binnen de pilots worden vanuit SLO begeleid en voor hen worden er jaarlijks circa vier studiedagen verzorgd. Daarnaast hebben zij de mogelijkheid om inhoudelijke ondersteuning op maat te krijgen. De voortgang van de pilots wordt door SLO gemonitord via (telefonische) interviews en de projectleiders houden daarvoor een logboek bij. De deelnemende scholen werken mee aan het overdragen van hun resultaten en ervaringen via deze site maar ook bijvoorbeeld in onderwijsbladen of op conferenties.
De deelnemende scholen zijn gekozen op basis van de volgende criteria:- Er wordt altijd gewerkt aan activiteiten voor taal én rekenen.
- Er is sprake van een bestaand netwerk tussen de scholen in de verschillende sectoren. Alle snijvlakken in het onderwijs (van vve tot instroom in het hoger onderwijs) worden ingevuld.
- Er is betrokkenheid van de directie en leraren.
- De pilots zijn zoveel mogelijk geografisch over het land verspreid, waarbij rekening gehouden is met diversiteit van de leerlingpopulatie, taal- of rekenzwakke leerlingen, achterstandsleerlingen, zorgleerlingen et cetera.
Van voor- en vroegschoolse educatie naar primair onderwijs
Van primair onderwijs naar voortgezet onderwijs
Van voortgezet onderwijs (vmbo) naar middelbaar beroepsonderwijs
Van middelbaar beroepsonderwijs naar hoger onderwijs
Van voortgezet onderwijs naar hoger onderwijs
Enkele voorlopige kwalitatieve conclusies
- De mate waarin de projectleiders en andere betrokkenen aangeven hoe dringend nodig dit soort activiteiten op de snijvlakken zijn, versterkt de visie van velen dat scholen in dit opzicht handelingsverlegenheid kennen en dat er in en tussen alle sectoren sprake is van veel goede wil en motivatie, maar tevens van een groot gebrek aan adequate instrumenten.
- Voor pilotprojecten als deze is op lokaal niveau draagvlak nodig. De verwezenlijking daarvan is lastig maar van groot belang om verandering een kans te geven. Facilitering door een actief meedenkende schoolleiding van activiteiten die het draagvlak onder de betrokkenen en de deskundigheid van de projectleiding vergroten is cruciaal.
- Samenwerking over sectorgrenzen heen stuit op extra moeilijkheden, zo blijkt in de praktijk; iedere schoolsoort kent immers zijn eigen dynamiek en er is sprake van een nieuwe, onbekende manier van werken. Dat betekent dat intensieve begeleiding en veel tijdinvestering nodig zijn en blijven.
- We hebben gezien dat het voor een innovatie van belang is dat de weg geëffend wordt in die zin, dat het netwerk waarbinnen gewerkt wordt stevig is. Is het dit niet, dat moet de eerste aandacht naar infrastructuur en organisatie. Wederzijds vertrouwen is de basis voor een vruchtbare samenwerking.
- Bij onderwijskundige innovaties is sterk onderwijskundig leiderschap een voorwaarde voor succes. Onderwijskundig leiderschap vraagt commitment en activiteit op alle niveaus in de organisatie. Goede afspraken hierover voorkomt dat vernieuwingsprocessen ongewild vertraging oplopen.
Daarnaast zien we dat de pilots die het stevigst op koers liggen zonder uitzondering geleid worden door beleidsmedewerkers, die een zekere afstand tot de schoolpraktijk hebben. - Wat we zien is: hoe concreter de focus (de doelen), hoe meer resultaat.
- Duidelijk komt naar voren dat de pilots die het stevigst op koers liggen een relatief hoge urgentie kenden om de kwaliteit van het onderwijs/de resultaten te verbeteren.