Prestatiegegevens
Tot op de dag van vandaag wordt er gediscussieerd over de vraag of Nederlandse leerlingen nu slechter bij taal en rekenen presteren dan in het verleden. Hieronder volgen de PISA-gegevens (Pisa, 2010) voor 15-jarigen, hun resultaten in het voortgezet onderwijs die ook iets zeggen over hun voorafgaande prestaties in het basisonderwijs.
Voorafgaand wordt erop gewezen dat scholen in prestaties verschillen: vergelijkbare leerlingen behalen niet altijd vergelijkbare prestaties. De inspectie heeft recent laten zien dat 12% van de scholen (in het primair en voortgezet onderwijs tezamen) wordt bestempeld als ‘taalzwak’, 18% als ‘taalsterk’ en de overige scholen als ‘taalgemiddeld’. Volgens de inspectie is bijna een kwart van de basisscholen ‘rekenzwak’. Dat is ruim twee keer zoveel als het percentage taalzwakke scholen. De instroom van taal- en rekenzwakke leerlingen werkt door in het vervolgonderwijs.

De resultaten van PISA in de periode 2003-2009 laten een dalende lijn zien in prestaties van Nederlandse leerlingen van 15 jaar voor wiskunde en deels ook voor leesvaardigheid en natuurwetenschappen. Dat is zowel absoluut (gemiddelde scores) als relatief (positie op de internationale ranglijst). Zo is voor wiskunde de gemiddelde score van de Nederlandse 15-jarigen in 2006 significant lager dan die in 2003 en die in 2009 weer lager - zij het niet significant - dan die in 2006 (zie tabel 1). Benadrukt wordt dat de positie van een land op de internationale ranglijst met enige nuance dient te worden beoordeeld. Immers, landen die een ranking hebben in de directe nabijheid van Nederland wijken wat gemiddelde score betreft niet significant af van Nederland (en wat voor de relatieve positie van Nederland geldt, is evenzeer van toepassing op de ranking van ieder ander land dat deelneemt aan PISA).

pisa-gemiddelde-scores-nederlands.jpg
Tabel 1: Gemiddelde scores (posities op ranglijst) Nederlandse 15-jarigen bij PISA 2003, 2006 en 2009, uitgesplitst naar onderzoeksdomein.

Het PISA-onderzoek toont dat Nederlandse jongeren op het terrein van taal tweede scoren in Europa, net achter Finland. In de wereld staat Nederland bij lezen op de 10e plaats. Voor wiskunde en science behoort Nederland nog tot de top 5 in Europa. Mondiaal gezien staat Nederland voor beide vakken op de 11e plaats. Zwitserland, Canada en Japan hebben Nederland de afgelopen jaren op het terrein van wiskunde gepasseerd (zie ook website: Trends in beeld).
Ook is te zien dat in Nederland de gemiddelde score voor leesvaardigheid tussen 2003 en 2006 is gedaald (van 513 naar 507) en tussen 2006 en 2009 nagenoeg gelijk gebleven (van 507 naar 508). Belangrijk is dat het percentage zwakke lezers ten opzichte van 2006 is afgenomen.

De Nederlandse gemiddelde scores voor wiskunde in 2003, 2006 en 2009 laten zien dat de vaardigheid in wiskunde in deze periode geleidelijk minder wordt. Tussen 2003 en 2006 is de gemiddelde score significant gedaald van 538 naar 531. In 2009 is de score verder gedaald naar 526. Deze laatste daling is niet significant.

Opmerkelijk is dat de daling in gemiddelde wiskundescores voor Nederland vooral is toe te schrijven aan de lagere prestaties van meisjes (tabel 2) die in alle opleidingstypen lager scoren dan jongens. In 2003 was het verschil tussen jongens en meisjes met 5 punten relatief klein. In 2006 en 2009 is dit verschil echter groter geworden (13 punten in 2006 en 17 punten in 2009).

pisa-gemiddelde-scores-wiskunde.jpg
Tabel 2: Gemiddelde scores wiskunde voor ongens en meisjes in Nederland in PISA 2003, 2006 en 2009.