Opbouw kader
Referentieniveaus bevatten relatief objectieve, dat wil zeggen breed herkenbare en gedragen inhouden voor de inrichting van het onderwijs over alle sectoren van het onderwijs heen. Scholen krijgen zo zicht op de plaats die een (deel van) hun onderwijs inneemt in de gehele keten of kolom van het taal- en rekenonderwijs. De eenduidige aanpak en begripshantering vergemakkelijken dit. Lacunes in de leerstof of juist doublures, doordat verondersteld wordt dat iets al wel of niet zal zijn behandeld en geleerd, kunnen worden voorkomen. Dit komt de doorstroom van leerlingen/studenten ten goede, het verhoogt de kwaliteit van het onderwijs in taal en rekenen en het verbetert de prestaties van leerlingen in deze vakken. 

    tabel-toewijzing-aan-sectoren.jpg

    Het referentiekader onderscheidt vier momenten in de schoolloopbaan, elk met een fundamenteel niveau (voor het merendeel van de leerlingen haalbaar) en een streefniveau (voor leerlingen die meer aan kunnen). Niveau 2F is ook het algemeen maatschappelijk functioneel niveau, het niveau dat voor alle Nederlanders van belang is.

    Jos Letschert, secretaris van de expertgroep en hoofd Onderwijs & Advies van SLO, geeft uitleg bij de referentieniveaus.