De inspanningen van de overheid zijn gericht op een samenstel van juridische maatregelen en financiële ondersteuning.
Aandacht voor de referentieniveaus in het taal- en rekenonderwijs tijdens de troonrede 2008
Om alle media op deze pagina weer te geven is de Flash Player plug-in vereist en dient JavaScript ingeschakeld te zijn.

Wetgeving
De wet "Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen" is op 1 augustus 2010 in werking getreden.
De wet kunt u downloaden bij 'Relevante documenten'.
De wet strekt zich over vrijwel alle onderwijssectoren uit en het beoogt geciteerd:
- “een goede zichtbaarheid van het niveau van beheersing van de Nederlandse taal en het rekenen voor zowel de leerling als de leraar en de school;
- meer eenduidigheid in taal- en rekenonderwijs in de gehele onderwijskolom;
- meer doelgericht taal- en rekenonderwijs door nauwkeurig omschreven doelen;
- een betere overdracht van leerlingen tussen de verschillende onderwijssectoren door de introductie van een eenduidige en gemeenschappelijke taal;
- het ontstaan van beter doorlopende leerlijnen voor taal en rekenen;
- het (opnieuw) doordenken door scholen van de aanpak van taal en rekenen;
- het verleggen van accenten binnen het huidige taal- en rekenonderwijs.
Het referentiekader vormt de basis voor (aanpassing van) lesmethoden, leermiddelen en toetsen/examens. Daardoor zal het ook uitgangspunt zijn bij het ontwerpen van taal- en rekenonderwijs binnen scholen en lerarenopleidingen."
Invoeringstermijn
De wet bevat in de eerste plaats een sectoroverstijgende regeling waarin de grondslag wordt gelegd om de referentieniveaus vast te leggen. Deze sectoroverstijgende wet geeft alleen een opdracht tot het vaststellen van deze niveaus bij algemene maatregelen van bestuur.
De wet legt de basis voor een verfijnd stelsel van referentieniveaus, het referentiekader. De beheersing van de referentieniveaus wordt getoetst aan het eind van een schoolsoort. In de tweede plaats regelt de wet welke gevolgen de referentieniveaus hebben voor scholen en leerlingen in het po en so, het vo en mbo. Hiertoe worden de diverse sectorwetten aangepast.
In de derde plaats voorziet de wet in wijziging van de WVO en de WEB waarbij een rekentoets verplicht wordt gesteld als onderdeel van de examens VO en voortgezet algemeen volwassenonderwijs (VAVO) en waarbij de mogelijkheid wordt gecreëerd om diagnostische toetsen Nederlandse taal en rekenen verplicht te stellen in het VO en MBO. Voor de lerarenopleidingen wordt het eindniveau vastgelegd en worden afspraken gemaakt over de ontwikkeling van bijbehorende normering en toetsen. Daarbij ligt de prioriteit bij taal en rekenen.
De introductie van het referentiekader kan een verzwaring van toets- en examenopgaven betekenen. Het toewijzen van referentieniveaus aan schooltypen, de vertaling van toetsen en examens en de implementatie zullen om die reden zorgvuldig plaatsvinden. Zie de sectorspecifiek pagina's in het zijmenu en de pagina 'toetsen'.
Financiën
Het verbeteren van het taal- en rekenonderwijs in het primair onderwijs, het voorgezet onderwijs en het middelbaar onderwijs is een van de topprioriteiten van de huidige bewindslieden. In het AOB-actieplan “Onderwijs in de top vijf, niet op nul” plaatsen de leden de investeringen in de referentieniveaus in de top drie van beste investeringen van het kabinet Rutte.
De komende vier jaar wordt in het hele onderwijs ruim 115 miljoen euro extra geïnvesteerd. Daarna wordt een relatief beperkte structurele investering van 15 euro miljoen per jaar voorzien. Instellingen in het mbo krijgen de komende vier jaar jaarlijks ruim 50 miljoen euro extra (voor 2011 is voor de intensivering Nederlandse taal en rekenen in het mbo het bedrag van
€ 51.609.000,- vastgesteld). Vanuit de Kwaliteitsagenda VO is een extra investering van 200 euro miljoen gedaan waarbij scholen verplicht zijn een deel hiervan in te zetten in het verbeteren van het taal- en rekenonderwijs. In het kader van de Kwaliteitsagenda PO wordt ongeveer 20 miljoen euro per jaar gericht op taal- en rekenverbetertrajecten en voor het SO bedraagt de inzet hiervoor ruim 6 miljoen euro per jaar.